donderdag 18 juli 2013

16 juli: Van Las Vegas naar Zion Nationaal Park

Voor de zekerheid de wekker gezet op 7.30 uur maar tegen die tijd ben ik al helemaal klaar inclusief inpakken. Erik laat ik nog lekker een half uurtje slapen terwijl ik het reisverslag schrijf. Het was nog wel even spannend om de badkamer open te doen; stel je voor dat het er krioelt van de torren… Gelukkig niet en voor de zekerheid kijk ik nog even onder de wc-bril want ik weet nog van Bonaire dat beestjes daar graag onder zitten.

Wederom komt het kamermeisje om 8.30uur binnenvallen. Hier moet je dus echt het bordje Privacy Please op de deur hangen tot je weggaat.

Tegen de tijd dat iedereen klaar is voor vertrek is het 10.30uur. We besluiten te gaan kijken bij de witte tijgers in Hotel Le Mirage en daarna te gaan ontbijten/brunchen. Sinds Ivo een peuter is, is de witte tijger zijn lievelingsdier dus deze kans kunnen we niet aan ons voorbij laten gaan. Siegfried en Roy hadden jarenlang een show met deze dieren in Le Mirage totdat Roy in 2003 zwaar gewond raakte door een tijger. Niet alleen Roy maar ook wij moeten een hoge prijs betalen om de tijgers in hun ogen te kijken, $20 pp terwijl dat nog niet zo lang geleden slechts $3 was. Ivo hoeft ze niet zo nodig te zien want hij heeft in reviews gelezen dat ze altijd liggen te slapen. Wouter spot er nog wel een V.I.P.; een very important prullenbak 
Van het uitgespaarde geld besluiten we te gaan brunchen bij The Cheesecake Factory in Hotel Caesar’s Palace. Dit hotel vinden we veruit het mooiste van wat we hier gezien hebben. 
 
We moeten diep het gebouw in en op City Maps 2go zien we dat dit deel van het hotel hemelsbreed zelfs tegen de snelweg aan ligt. Die app is overigens geweldig; na het downloaden, kun je deze off line gebruiken en je hebt er slechts een gps-signaal voor nodig. The Cheesecake Factory gaat er 11.10uur open een geen seconde eerder… Omdat ik om 7uur al een broodje had gegeten, vind ik het tijd voor koffie en een zalig stuk red velvet cheesecake. De mannen nemen een hartige maaltijd maar besluiten – in afwachting daarvan – ook cheesecake te nemen. Ik vind het belachelijk, het personeel maakt er grapjes over en we krijgen verbaasde blikken van de mensen om ons heen als het hartige deel gebracht wordt terwijl ze nog maar 4 happen van hun cheesecake op hebben. Het is weer eens een Amerikaanse belachelijke hoeveelheid aan eten. Ik ben blij dat ze geen tientonners zijn, dat ze het meeste opeten en het erg lekker vinden. De jongens krijgen een doggy bag voor 2 van hun 4 stapels sandwiches (altijd lekker voor onderweg).

Dan is het toch echt tijd de drukte en gekte van Las Vegas achter ons te laten via de I-15 richting Salt Lake City rijden we al snel weer in de Nevada woestijn. Hier nemen we afslag 75 om door de Valley of Fire te rijden ($10). Wat een geweldig landschap! 
Prachtige rode rotsen en rode zandgronden. Zo’n volledig andere wereld en toch zo dicht bij Vegas. We bezoeken het Visitor Center waar we de informatie over de geschiedenis, flora en fauna lezen en o.a. zelfs een echte slang en tarantula zien (achter glas). Dat wordt oppassen de komende dagen…. Jammer genoeg hebben we niet genoeg tijd om alle bijzondere punten in het park te zien. We lopen nog naar Mouse’s Tank, een natuurlijk bekken voor regenwater en langs dit pad zijn ook veel Petroglyphen op de zwarte vlakken van de rotsen. Het is nog altijd rond de 40C en hiken wordt afgeraden. We zijn inmiddels wel gewend aan de hitte en de wandelstukjes zijn kort maar omdat het zwaar bewolkt is en men die avond regen verwacht, is het vochtiger dan anders en transpireren we veel meer.
 

Nadat Erik en ik de kleine klim hebben gemaakt naar Elephant Rock houden we het hier helaas voor gezien en we legen onze schoenen die vol rood zand zitten.
Via de oostelijke uitgang verlaten we het park, doen in Overton boodschappen en eten vanwege de tijd snel iets warms in de supermarkt (Lyn’s). Erik belt er ook naar het hotel om te laten weten dat we er niet voor 20uur zullen zijn. Als we tanken, begint het er te stormen en de lucht is zeer dreigend; in Nederland hadden ze al lang een weeralarm gegeven. Met de wetenschap dat we in het donker door de bergen moeten rijden, kan het nog wel eens een spannend tochtje worden. Aangezien ik gepromoveerd ben tot bergsmurf rijd ik nu ook deze stukken en ik heb er lol in! De weg voert al snel door een ‘wash’, een waterstroom dwars over de weg – gaaf! Dat bevestigt ons vermoeden dat het hier de afgelopen dagen ook geregend heeft. Al snel gaat de weg door een geweldig stuk natuur en het is duidelijk dat we naar het gebied van de Canyons gaan. Wat een hoogten en wat een kloven kun je al langs de weg inzien; dat belooft wat! We zouden niet gek opkijken als hier een ruimteschip voorbij komt. In Utah gaat de klok een uur vooruit en nu scheelt de tijd nog 8 uur met NL. We rijden er tegen zonsondergang en dit kleurt de rotsen waanzinnig mooi. Gelukkig is de weg ruim, is het er rustig en mag je slechts 105km/uur rijden dus ik heb ook genoeg kans om tijdens het rijden te genieten van de omgeving. 
Vanaf St. George voert de weg naar Zion National Park. Al snel is het zeer donker dus we hebben geen idee hoe die route er verder uitziet, wel dat het bergachtig is. Als we Springdale inrijden, doet dit ons denken aan een wintersportplaats. Om 21.30uur checken we in: hotel Quality Inn, helaas een kamer zonder terrasje maar verder oké. Erik en ik lopen in het donker nog een klein stukje Springdale en de temperatuur is hier zalig. Met zo’n 29C voelt het als een zomeravond in Zuid Europa en dat gevoel wordt versterkt door alle krekelgeluiden en hee … bekende zwarte kevers op de stoep. Ik trek nog een wandelplan voor de volgende dag, spoel het rode zand van me af onder een zalige douche en lig uiteindelijk als eerste te slapen.   
 

Geen opmerkingen: