Wederom komt het kamermeisje om 8.30uur binnenvallen. Hier moet je dus
echt het bordje Privacy Please op de deur hangen tot je weggaat.
Tegen de tijd dat iedereen klaar is voor vertrek is het 10.30uur. We
besluiten te gaan kijken bij de witte tijgers in Hotel Le Mirage en daarna te
gaan ontbijten/brunchen. Sinds Ivo een peuter is, is de witte tijger zijn
lievelingsdier dus deze kans kunnen we niet aan ons voorbij laten gaan. Siegfried
en Roy hadden jarenlang een show met deze dieren in Le Mirage totdat Roy in
2003 zwaar gewond raakte door een tijger. Niet alleen Roy maar ook wij moeten
een hoge prijs betalen om de tijgers in hun ogen te kijken, $20 pp terwijl dat
nog niet zo lang geleden slechts $3 was. Ivo hoeft ze niet zo nodig te zien
want hij heeft in reviews gelezen dat ze altijd liggen te slapen. Wouter spot er nog wel een V.I.P.; een very important prullenbak
Van het uitgespaarde geld
besluiten we te gaan brunchen bij The Cheesecake Factory in Hotel Caesar’s
Palace. Dit hotel vinden we veruit het mooiste van wat we hier gezien hebben.
We
moeten diep het gebouw in en op City Maps 2go zien we dat dit deel van het
hotel hemelsbreed zelfs tegen de snelweg aan ligt. Die app is overigens
geweldig; na het downloaden, kun je deze off line gebruiken en je hebt er
slechts een gps-signaal voor nodig. The Cheesecake Factory gaat er 11.10uur
open een geen seconde eerder… Omdat ik om 7uur al een broodje had gegeten, vind
ik het tijd voor koffie en een zalig stuk red velvet cheesecake. De mannen
nemen een hartige maaltijd maar besluiten – in afwachting daarvan – ook
cheesecake te nemen. Ik vind het belachelijk, het personeel maakt er grapjes
over en we krijgen verbaasde blikken van de mensen om ons heen als het hartige
deel gebracht wordt terwijl ze nog maar 4 happen van hun cheesecake op hebben.
Het is weer eens een Amerikaanse belachelijke hoeveelheid aan eten. Ik ben blij
dat ze geen tientonners zijn, dat ze het meeste opeten en het erg lekker
vinden. De jongens krijgen een doggy bag voor 2 van hun 4 stapels sandwiches
(altijd lekker voor onderweg).
Dan is het toch echt tijd de drukte en gekte van Las Vegas achter ons te
laten via de I-15 richting Salt Lake City rijden we al snel weer in de Nevada
woestijn. Hier nemen we afslag 75 om door de Valley of Fire te rijden ($10).
Wat een geweldig landschap!
Prachtige rode rotsen en rode zandgronden. Zo’n
volledig andere wereld en toch zo dicht bij Vegas. We bezoeken het Visitor
Center waar we de informatie over de geschiedenis, flora en fauna lezen en o.a.
zelfs een echte slang en tarantula zien (achter glas). Dat wordt oppassen de
komende dagen…. Jammer genoeg hebben we niet genoeg tijd om alle bijzondere
punten in het park te zien. We lopen nog naar Mouse’s Tank, een natuurlijk
bekken voor regenwater en langs dit pad zijn ook veel Petroglyphen op de zwarte
vlakken van de rotsen. Het is nog altijd rond de 40C en hiken wordt afgeraden. We zijn inmiddels wel gewend aan de hitte en de wandelstukjes zijn kort maar omdat
het zwaar bewolkt is en men die avond regen verwacht, is het vochtiger dan
anders en transpireren we veel meer.
Nadat Erik en ik de kleine klim hebben gemaakt naar Elephant Rock houden
we het hier helaas voor gezien en we legen onze schoenen die vol rood zand zitten.

Via de oostelijke uitgang verlaten we het park,
doen in Overton boodschappen en eten vanwege de tijd snel iets warms in de
supermarkt (Lyn’s). Erik belt er ook naar het hotel om te laten weten dat we er
niet voor 20uur zullen zijn. Als we tanken, begint het er te stormen en de
lucht is zeer dreigend; in Nederland hadden ze al lang een weeralarm gegeven.
Met de wetenschap dat we in het donker door de bergen moeten rijden, kan het
nog wel eens een spannend tochtje worden. Aangezien ik gepromoveerd ben tot
bergsmurf rijd ik nu ook deze stukken en ik heb er lol in! De weg voert al snel
door een ‘wash’, een waterstroom dwars over de weg – gaaf! Dat bevestigt ons
vermoeden dat het hier de afgelopen dagen ook geregend heeft. Al snel gaat de
weg door een geweldig stuk natuur en het is duidelijk dat we naar het gebied
van de Canyons gaan. Wat een hoogten en wat een kloven kun je al langs de weg
inzien; dat belooft wat! We zouden niet gek opkijken als hier een ruimteschip
voorbij komt. In Utah gaat de klok een uur vooruit en nu scheelt de tijd nog 8
uur met NL. We rijden er tegen zonsondergang en dit kleurt de rotsen waanzinnig
mooi. Gelukkig is de weg ruim, is het er rustig en mag je slechts 105km/uur
rijden dus ik heb ook genoeg kans om tijdens het rijden te genieten van de
omgeving.
Vanaf St. George voert de weg naar Zion National Park. Al snel is het
zeer donker dus we hebben geen idee hoe die route er verder uitziet, wel dat
het bergachtig is. Als we Springdale inrijden, doet dit ons denken aan een
wintersportplaats. Om 21.30uur checken we in: hotel Quality Inn, helaas een
kamer zonder terrasje maar verder oké. Erik en ik lopen in het donker nog een
klein stukje Springdale en de temperatuur is hier zalig. Met zo’n 29C voelt het
als een zomeravond in Zuid Europa en dat gevoel wordt versterkt door alle krekelgeluiden
en hee … bekende zwarte kevers op de stoep. Ik trek nog een wandelplan voor de
volgende dag, spoel het rode zand van me af onder een zalige douche en lig
uiteindelijk als eerste te slapen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten