maandag 22 juli 2013

20 juli: Van Bryce Canyon naar Moab

Vandaag zijn we op de helft van de reis en de km teller staat op 2283 kilometer (1418 mile). Onze rit naar Moab zal de langste in tijd en kilometers zijn dus we staan alle4 vroeg op, zijn vroeg bij het ontbijtbuffet (met veel te weinig capaciteit en zonder yoghurt), posten eindelijk de kaarten en gaan al vóór 9uur op pad. Over deze route ben ik het meest onzeker geweest; er is op deze lange rit veel moois te zien maar ik weet niet of we dat allemaal kunnen en willen behappen op 1 dag. We nemen in ieder geval vanaf Bryce de voor de hand liggende Scenic Route Highway12; scenic is wederom niets te veel gezegd. Het is een mooie weg door een schitterend en afwisselend landschap. 
 
We komen door Escalante waar we van de weg worden gestuurd door de politie en in de verte zien we iets dat lijkt op een ernstig ongeluk waar heel veel mensen bij betrokken zijn. Als we over de parallelweg rijden, blijkt een feestelijke parade compleet met praalwagens de reden van de omleiding te zijn – gelukkig maar. De parallel leidt overigens door een straat waar hele leuke huizen in allerlei pasteltinten staat en volgens mij hebben ze model gestaan voor de poppenhuizen zoals je die in Amerikaanse films ziet.

Even verder zien we langs de Scenic Route een kampeerplaats met glimmende Airstream caravans. Ik herken de plek gelijk als die van de Shooting Star Drive-in bioscoop en camping. Ik had hier een bioscoopavondje gepland in de open lucht maar sinds april is het gesloten en het geheel staat te koop. Het ziet er prachtig uit; zullen we een bod doen? Haha We doen het maar niet want ik denk niet dat de mormonen hier op onze komst zitten te wachten. In de reisgids van de ANWB lees ik dat dit gebied rond de rivier Escalante pas in 1872 als laatste in de VS werd ontdekt en dat sindsdien zich hier kolonisten vestigden die zeer lange tijd zelfvoorzienend waren. Door aanleg van deze weg werd dit mooie gebied ook voor anderen toegankelijk. 
 
Waarom? vraag ik me af. Wie bedenkt het nou om zo’n weg aan te leggen en zaten de bewoners daar nou wel op te wachten? Het antwoord lees ik bij het volgende uitzichtpunt. In de recessie van 1933 initieerde de toenmalige president Roosevelt CCC (Civilian Conservation Corps) waarmee 3 miljoen jonge vrijgezelle mannen aan het werk werden geholpen (1933-1942) door middel van projecten in de bosbouw en de aanleg van wegen, spoorlijnen en dammen. Ook de recreatie kwam door dit project in opmars evenals het besef de natuur te beschermen: voor die tijd werden er lukraak bomen omgezaagd, bossen in brand gestoken en rotsblokken afgehakt voor eigen gebruik. De aanleg van deze weg was ook zo’n project en de weg is pas sinds 1971 in gebruik. Deze geschiedenisles is voor mij echt een eye-opener; die Amerikanen zijn zo gek nog niet. We vinden het alle4 leuk om meer over de achtergrond van de gebieden te weten en dat doen we in de Visitor Centers, via de info borden bij uitzichtpunten en adhv de ANWB reisgids. Het afgelopen half jaar had ik voortdurend een stapel USA Zuidwest boeken van de bieb in huis. De gids die mij het meest aansprak, heb ik gekocht voor onderweg. Deze volgt grotendeels onze eigen route (rondje met de klok mee) en de overzichtskaarten achterin het boek zijn zeer duidelijk. Ik lees de gids in de auto en deze is qua font en witruimten zeer goed leesbaar.

Enne… over recreatie gesproken… we vinden het tijd voor een koffiepauze en doen dat bij Kiva Koffeehouse. Wat een geweldig ‘verborgen’ plekje net voorbij Escalante. Ze hebben er allerlei biologische producten en vooral Ivo en ik zijn te spreken over het gebouw en de lekkere koffie. De biologische frisdranken vallen minder in de smaak bij Erik en Wouter.

Ik ben blij met de mooie weg en vooral ook omdat deze ons vanzelf leidt door Capitol Reef National Park. 
We zijn weer eens in een compleet andere wereld vol rode rotsen waarin je allerlei objecten herkent. Het is hier voor het eerst dat ik hoogtevrees ervaar en ik sta doodsangsten als de jongens zich uitsloven op akelig hoge rotsen. Het is maar goed dat ik de gapende kloof tussen het laatste rotsdeel pas zie als ze weer veilig bij mij terug zijn. 
Bij Goosenecks View Point is het Erik die (in mijn ogen) halsbrekende toeren uithaalt. Van schrik vergeet ik helemaal de diepte in te kijken naar de loop van de kloof in de vorm van een ganzennek. Dit zie ik pas in het Visitor Center, dat zich overigens 10 mile richting het park zelf bevindt (Fruita) en niet zoals op de Hwy12 wordt aangekondigd in Torrey. Het is overigens erg rustig in het park.
We nemen de scenic drive door het leuke groene plaatsje Fruita (met inderdaad veel fruitbomen) en bekijken verderop de petroglyphen. 
Aan het eind van de weg mogen we niet verder naar Capitol Gorge vanwege de hevige regenval van de afgelopen dagen. Van dat noodweer zien we bij elke rivierbedding een restant oranje smurrie over de weg liggen; het is al gaaf om het stof hiervan te zien opstuiven als we er door rijden, laat staan als dit vol oranje water ligt. We rijden tenslotte dezelfde weg terug om in Fruita de afslag naar Hanksville te nemen. 

Al sinds Bryce, waar we heel veel kampeerplaatsen zagen, vind ik het jammer dat we in motels en hotels zoveel binnen leven. Natuurlijk leven we vooral veel in de auto en in de natuur of in een stad en we komen elke keer goed bij van een lekker bed en zalige douche maar toch…. het kamperen blijft trekken. Het deel Bryce – Moab leent zich hier heel goed voor en we zien hier naast de vele kampeerterreinen ook heel veel lodges en trekkershutten. Het lijkt me zalig om ’s avonds meer onder de sterrenhemel te zijn en ’s morgens buiten te ontbijten. Eens zien of we dat de rest van de reis kunnen realiseren. Het lijkt me ook leuk meer van het wildlife ’s avonds mee te maken al hebben we vandaag weer nieuwe beesten aan de wildlife beest toe kunnen voegen: een berghaas met mega lange oren en een grote steenbok.

In het Capitol Reef NP staat me nog 1 ding te doen; een foto maken van een rotsformatie waaraan het park haar naam ontleent; het Capitool in Washington. Ik maak braaf wat foto’s hoewel ik geen enkele gelijkenis zie. Gelukkig stoppen nog 2 automobilisten die vervolgens achter mij gaan staan met hun rug naar mij toe. Als ik mij ook omdraai, zie ik waarom. Dit lijkt er meer op:

 

Aan het eind van de Hwy12 nemen we een volgende Scenic Route richting Green River, deze 24 East is weer volledig anders en leidt door een landschap met mega rotsformaties, grijze ‘duinen’ en een eindeloze vlakte. Ergens halverwege die vlakte zien we de afslag naar Goblin Valley National Park. Ook hier hoef ik dus verder niets voor te doen. Het is nog wel een pokkeneind rijden en ik zal de anderen nog maar niet zeggen dat de benzinemeter al bij de E staat…van empty?

De door erosie ontstane Goblins staan in een vallei waar je kunt wandelen. We vergeten pet en water en daar hebben we al snel spijt van; wat is het hier HEET! Het lijkt wel het windstille zusje van Death Valley. De Goblins nodigen niet uit om met deze hitte alle valleien door te lopen; ze zien er uit alsof een klas reuzenkleuters een middagje heeft zitten kleien. De betovering ervan schijn je vooral te zien in het vroege ochtendlicht en de avondschemering. Hoewel het al laat in de middag is, gaan we hier niet op wachten. 
 
  
De Hwy24 is een zalige weg om te rijden; een lange rechte weg door een vlak landschap en ik rij er zo’n 130km/uur, gewoon omdat het kan. Als Erik vraagt waarom ik zo’n haast heb, meld ik 
 
voor het eerst dat ik zo snel mogelijk bij een benzinepomp wil zijn omdat de meter nu aangeeft dat het ernst is en dat we voor max 42mile benzine hebben. Tsja en dan hebben we de poppen aan het dansen; fantasieën slaan op hol en er ontstaat een discussie over zuinig rijden waarna ik mij braaf een tijdje houd aan 90km/uur. Ons wetenschaps-appie Ivo constateert dat ook dan bij elke mile de benzinemeter een mile minder aangeeft dus ik schroef de snelheid weer op naar 130 met mijn psychologie dat we dan sneller bij een oplossing komen – en nu maar hopen dat Green River een plaats is en we niet slechts een groene rivier passeren aan het eind van deze weg…

Het loopt goed af: Green River blijkt een knooppunt te zijn vol tankstations en restaurants. Mr. Ford slurpt dorstig ruim 18 gallon op ($70 = 1euro/liter) en wij stillen onze honger en dorst wederom met een gezond Subway broodje en een small cola.
 
Nu is het slechts een half uur naar onze eindbestemming Moab maar Erik heeft in de tussentijd op de kaart gezien dat we dan nog langs de Arches rijden en waarschijnlijk op tijd zijn voor de zonsondergang op Delicate Arch, het symbool van Utah. Er is al geen controle meer bij de parkingang en het Visitor Center is gesloten. We nemen de gok en rijden op de bonnefooi het park in. Hier en daar stoppen we kort om wat foto’s te nemen van de gloed op de rotsformaties (vanuit de auto) en rijden dan snel weer verder. Wat een eindeloos lange weg is dit – als je haast hebt om bij het eindpunt te komen – en het is er zo totaal anders dan ik had verwacht. Op alle afbeeldingen van de Delicate Arch (het symbool van de staat Utah) zie je de boog in een rode omgeving staan en zo stelde ik het me ook voor: een volledig rood landschap met rode wegen en wandelpaden die tussen The Arches doorlopen waarbij alle rotsformatie bij elkaar op loopafstand liggen. Helaas is dit niet het geval; een geasfalteerde weg loopt langs alle grote rode rotsformaties met enkele afslagen naar meer bijzonderheden van het park. Om mooi zicht te hebben op de Delicate Arch moet je er heen lopen (1 uur). Dat redden we niet voor zonsondergang dus we haasten naar een ander punt waar vandaan we de beroemde boog in de verte zien. De zon is onder maar we schieten toch nog wat mooie plaatjes.
Met alle andere belangstellenden rijden we in één lange rij het park uit; dat is een mooi beeld. In Moab is Hotel Rustic Inn snel gevonden en we worden vriendelijk ontvangen. We hebben hier 2 kamers met ieder 2x een Queens; we hadden makkelijk op 1 kamer gekund maar het is ook weer fijn de boel te scheiden. Erik heeft het plan gevat morgen op de Colorado River te gaan raften maar dat blijk je een dag van te voren te moeten boeken. We laten de invulling van de volgende dag afhangen van wel of geen plekje op een raft. Daartoe zal Erik om 7.30uur bij één van de organisaties informeren. Het was een lange dag waarvan we 12 uur onderweg zijn geweest en 542 km hebben gereden.
 
 
 
 
 

Geen opmerkingen: