Vandaag zijn we op de helft van de reis en de km teller staat op 2283
kilometer (1418 mile). Onze rit naar Moab zal de langste in tijd en kilometers
zijn dus we staan alle4 vroeg op, zijn vroeg bij het ontbijtbuffet (met veel te
weinig capaciteit en zonder yoghurt), posten eindelijk de kaarten en gaan al
vóór 9uur op pad. Over deze route ben ik het meest onzeker geweest; er is op
deze lange rit veel moois te zien maar ik weet niet of we dat allemaal kunnen
en willen behappen op 1 dag. We nemen in ieder geval vanaf Bryce de voor de
hand liggende Scenic Route Highway12; scenic is wederom niets te veel gezegd.
Het is een mooie weg door een schitterend en afwisselend landschap.
We komen
door Escalante waar we van de weg worden gestuurd door de politie en in de
verte zien we iets dat lijkt op een ernstig ongeluk waar heel veel mensen bij
betrokken zijn. Als we over de parallelweg rijden, blijkt een feestelijke
parade compleet met praalwagens de reden van de omleiding te zijn – gelukkig
maar. De parallel leidt overigens door een straat waar hele leuke huizen in
allerlei pasteltinten staat en volgens mij hebben ze model gestaan voor de poppenhuizen
zoals je die in Amerikaanse films ziet.
Even verder zien we langs de Scenic Route een kampeerplaats met glimmende
Airstream caravans. Ik herken de plek gelijk als die van de Shooting Star
Drive-in bioscoop en camping. Ik had hier een bioscoopavondje gepland in de
open lucht maar sinds april is het gesloten en het geheel staat te koop. Het
ziet er prachtig uit; zullen we een bod doen? Haha We doen het maar niet want
ik denk niet dat de mormonen hier op onze komst zitten te wachten. In de
reisgids van de ANWB lees ik dat dit gebied rond de rivier Escalante pas in
1872 als laatste in de VS werd ontdekt en dat sindsdien zich hier kolonisten
vestigden die zeer lange tijd zelfvoorzienend waren. Door aanleg van deze weg
werd dit mooie gebied ook voor anderen toegankelijk.
Waarom? vraag ik me af.
Wie bedenkt het nou om zo’n weg aan te leggen en zaten de bewoners daar nou wel
op te wachten? Het antwoord lees ik bij het volgende uitzichtpunt. In de
recessie van 1933 initieerde de toenmalige president Roosevelt CCC (Civilian
Conservation Corps) waarmee 3 miljoen jonge vrijgezelle mannen aan het werk
werden geholpen (1933-1942) door middel van projecten in de bosbouw en de
aanleg van wegen, spoorlijnen en dammen. Ook de recreatie kwam door dit project
in opmars evenals het besef de natuur te beschermen: voor die tijd werden er
lukraak bomen omgezaagd, bossen in brand gestoken en rotsblokken afgehakt voor
eigen gebruik. De aanleg van deze weg was ook zo’n project en de weg is pas
sinds 1971 in gebruik. Deze geschiedenisles is voor mij echt een eye-opener;
die Amerikanen zijn zo gek nog niet. We vinden het alle4 leuk om meer over de
achtergrond van de gebieden te weten en dat doen we in de Visitor Centers, via
de info borden bij uitzichtpunten en adhv de ANWB reisgids. Het afgelopen half
jaar had ik voortdurend een stapel USA Zuidwest boeken van de bieb in huis. De
gids die mij het meest aansprak, heb ik gekocht voor onderweg. Deze volgt grotendeels
onze eigen route (rondje met de klok mee) en de overzichtskaarten achterin het
boek zijn zeer duidelijk. Ik lees de gids in de auto en deze is qua font en
witruimten zeer goed leesbaar.
Enne… over recreatie gesproken… we vinden het tijd voor een koffiepauze
en doen dat bij Kiva Koffeehouse. Wat een geweldig ‘verborgen’ plekje net
voorbij Escalante. Ze hebben er allerlei biologische producten en vooral Ivo en
ik zijn te spreken over het gebouw en de lekkere koffie. De biologische
frisdranken vallen minder in de smaak bij Erik en Wouter.
Ik ben blij met de mooie weg en vooral ook omdat deze ons vanzelf leidt
door Capitol Reef National Park.
We zijn weer eens in een compleet andere
wereld vol rode rotsen waarin je allerlei objecten herkent. Het is hier voor
het eerst dat ik hoogtevrees ervaar en ik sta doodsangsten als de jongens zich
uitsloven op akelig hoge rotsen. Het is maar goed dat ik de gapende kloof
tussen het laatste rotsdeel pas zie als ze weer veilig bij mij terug zijn.
Bij
Goosenecks View Point is het Erik die (in mijn ogen) halsbrekende toeren
uithaalt. Van schrik vergeet ik helemaal de diepte in te kijken naar de loop
van de kloof in de vorm van een ganzennek. Dit zie ik pas in het Visitor
Center, dat zich overigens 10 mile richting het park zelf bevindt (Fruita) en
niet zoals op de Hwy12 wordt aangekondigd in Torrey. Het is overigens erg rustig in het park.
We nemen de scenic drive door
het leuke groene plaatsje Fruita (met inderdaad veel fruitbomen) en bekijken
verderop de petroglyphen.
Aan het eind van de weg mogen we niet verder naar Capitol
Gorge vanwege de hevige regenval van de afgelopen dagen. Van dat noodweer zien
we bij elke rivierbedding een restant oranje smurrie over de weg liggen; het is
al gaaf om het stof hiervan te zien opstuiven als we er door rijden, laat staan
als dit vol oranje water ligt. We rijden tenslotte dezelfde weg terug om in
Fruita de afslag naar Hanksville te nemen.
Al sinds Bryce, waar we heel veel kampeerplaatsen zagen, vind ik het
jammer dat we in motels en hotels zoveel binnen leven. Natuurlijk leven we
vooral veel in de auto en in de natuur of in een stad en we komen elke keer
goed bij van een lekker bed en zalige douche maar toch…. het kamperen blijft
trekken. Het deel Bryce – Moab leent zich hier heel goed voor en we zien hier naast
de vele kampeerterreinen ook heel veel lodges en trekkershutten. Het lijkt me
zalig om ’s avonds meer onder de sterrenhemel te zijn en ’s morgens buiten te
ontbijten. Eens zien of we dat de rest van de reis kunnen realiseren. Het lijkt
me ook leuk meer van het wildlife ’s avonds mee te maken al hebben we vandaag
weer nieuwe beesten aan de wildlife beest toe kunnen voegen: een berghaas met
mega lange oren en een grote steenbok.
In het Capitol Reef NP staat me nog 1 ding te doen; een foto maken van
een rotsformatie waaraan het park haar naam ontleent; het Capitool in
Washington. Ik maak braaf wat foto’s hoewel ik geen enkele gelijkenis zie.
Gelukkig stoppen nog 2 automobilisten die vervolgens achter mij gaan staan met
hun rug naar mij toe. Als ik mij ook omdraai, zie ik waarom. Dit lijkt er meer
op:
Aan het eind van de Hwy12 nemen we een volgende Scenic Route richting
Green River, deze 24 East is weer volledig anders en leidt door een landschap
met mega rotsformaties, grijze ‘duinen’ en een eindeloze vlakte. Ergens
halverwege die vlakte zien we de afslag naar Goblin Valley National Park. Ook
hier hoef ik dus verder niets voor te doen. Het is nog wel een pokkeneind
rijden en ik zal de anderen nog maar niet zeggen dat de benzinemeter al bij de
E staat…van empty?
De door erosie ontstane Goblins staan in een vallei waar je kunt
wandelen. We vergeten pet en water en daar hebben we al snel spijt van; wat is
het hier HEET! Het lijkt wel het windstille zusje van Death Valley. De Goblins
nodigen niet uit om met deze hitte alle valleien door te lopen; ze zien er uit alsof
een klas reuzenkleuters een middagje heeft zitten kleien. De betovering ervan schijn
je vooral te zien in het vroege ochtendlicht en de avondschemering. Hoewel het
al laat in de middag is, gaan we hier niet op wachten.
De Hwy24 is een zalige
weg om te rijden; een lange rechte weg door een vlak landschap en ik rij er
zo’n 130km/uur, gewoon omdat het kan. Als Erik vraagt waarom ik zo’n haast heb,
meld ik
voor het eerst dat ik zo snel mogelijk bij een benzinepomp wil zijn
omdat de meter nu aangeeft dat het ernst is en dat we voor max 42mile benzine
hebben. Tsja en dan hebben we de poppen aan het dansen; fantasieën slaan op hol
en er ontstaat een discussie over zuinig rijden waarna ik mij braaf een tijdje
houd aan 90km/uur. Ons wetenschaps-appie Ivo constateert dat ook dan bij elke
mile de benzinemeter een mile minder aangeeft dus ik schroef de snelheid weer
op naar 130 met mijn psychologie dat we dan sneller bij een oplossing komen –
en nu maar hopen dat Green River een plaats is en we niet slechts een groene
rivier passeren aan het eind van deze weg…
Het loopt goed af: Green River blijkt een knooppunt te zijn vol
tankstations en restaurants. Mr. Ford slurpt dorstig ruim 18 gallon op ($70 =
1euro/liter) en wij stillen onze honger en dorst wederom met een gezond Subway
broodje en een small cola.
Nu is het slechts een half uur naar onze eindbestemming Moab maar Erik
heeft in de tussentijd op de kaart gezien dat we dan nog langs de Arches rijden
en waarschijnlijk op tijd zijn voor de zonsondergang op Delicate Arch, het
symbool van Utah. Er is al geen controle meer bij de parkingang en het Visitor
Center is gesloten. We nemen de gok en rijden op de bonnefooi het park in. Hier
en daar stoppen we kort om wat foto’s te nemen van de gloed op de rotsformaties
(vanuit de auto) en rijden dan snel weer verder. Wat een eindeloos lange weg is
dit – als je haast hebt om bij het eindpunt te komen – en het is er zo totaal
anders dan ik had verwacht. Op alle afbeeldingen van de Delicate Arch (het
symbool van de staat Utah) zie je de boog in een rode omgeving staan en zo
stelde ik het me ook voor: een volledig rood landschap met rode wegen en
wandelpaden die tussen The Arches doorlopen waarbij alle rotsformatie bij
elkaar op loopafstand liggen. Helaas is dit niet het geval; een geasfalteerde
weg loopt langs alle grote rode rotsformaties met enkele afslagen naar meer
bijzonderheden van het park. Om mooi zicht te hebben op de Delicate Arch moet
je er heen lopen (1 uur). Dat redden we niet voor zonsondergang dus we haasten
naar een ander punt waar vandaan we de beroemde boog in de verte zien. De zon
is onder maar we schieten toch nog wat mooie plaatjes.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten