zondag 14 juli 2013

13 juli: Death Valley

Het is zo ver! Vandaag gaan we Death Valley optimaal beleven. Eerst wat krachtvoer in de vorm van zalige pancakes bij Denny’s, 
 
daarna wapenen we ons bij Vons met oogdruppels (want wat hebben we steeds droge branderige ogen), hoestpastilles (want Ivo heeft het nu ook te pakken) en een nieuwe lading water want we moeten vandaag 4 liter per persoon drinken!!! Ik wil ook nog even langs Erick Schat’s Bakery (of ‘bakkerij’ zoals op de winkel staat). Net als bij Boudin Bakery ben ik hier weer verbaasd over de grootte van de zaak en het enorm grote assortiment baksels; allerlei soorten brood, koekjes en ander lekkers maar ook gedroogd fruit, noten en zelfs wijn. Als we twijfelen over de keuze voor een broodje voor onderweg krijgen we onverwacht advies van een oudere man. Het blijkt Erick himself te zijn, zoon van vader Erick – hoe leuk is dit!? Ook deze Amerikaan vindt het leuk ons te ontmoeten en vraagt ons waar we vandaan komen en waar we naar toe gaan. Op onze beurt vragen wij hem natuurlijk ook het één en ander en zo horen we dat deze bakkerij al sinds 1903 bestaat maar dat zijn vader deze in 1950 overnam nadat hij met het gezin uit Nederland naar Amerika was gegaan omdat hij niet voor de Duitsers wilde bakken. Het is een nogal vaag verhaal en we nemen het maar voor lief. Voor een familiefoto arrangeert hij een plek in de bakkerij en ik voel me nogal opgelaten omdat klanten staan te wachten en personeel even niet door kan werken. Hij is duidelijk Baas.
Ten slotte verwent hij ons met een fles witte wijn uit eigen wijngaard en een zalig organisch volkorenbrood. Het was een leuk oponthoud maar nu moeten we toch echt verder naar Death Valley.
Wat een rit; berg op berg af! Blijkbaar hebben we de afslag Alabama Hills gemist. We stoppen een paar keer voor foto’s van het uitzicht en van vlaktes waarvan wij denken dat het dé Valley is maar vervolgens moeten we weer bergen over. Onderweg zien we ook dat niet alleen de hitte hier doodsoorzaak kan zijn; kogelgaten in de toiletdeuren.
 
Het steile deel waar 10 mile de airco uit moet vanwege de kans op een oververhitte motor laat ik aan Erik over en ook de rest rijdt hij. We komen in Stovepipe Wells, dat begin 20ste eeuw is gesticht als vakantieplek voor de rijken. We eten er zalig in de saloon en het is leuk om zo kort na ons bezoek aan Bodie hier te zijn waar alle oude gebouwen  nog optimaal worden benut en in stijl van vroeger zijn.
In Furnace Creek bezoeken we het mooie Visitor Center en daar lees en zie ik voor het eerst dat het hier juist steeds heter wordt gedurende de dag vanwege de circulerende lucht die steeds meer opwarmt – oeps! Mijn idee was juist om in de namiddag de heetste plekken te bezoeken ipv midden op de dag zodat het dan mínder heet zou zijn – sorry – foutje. Bij het Visitor Center vinden we het al warm (denk sauna) maar dat ligt nog beschut. De hete wind schijnt het ergst te zijn.
We gaan het beleven. Bij Devil’s Golfcourse is het gelijk schroeiheet op de vlakte vol versteende randen en gaten die je inderdaad op een golfbaan verwacht.
We rijden verder naar Badwater Basin; de laagst toegankelijke plaats op aarde (85m onder zeeniveau) dat sinds vorige week weer het record op haar naam heeft van heetste plek op aarde (57Celcius). Wij treffen het vandaag met max 48Celcius. Erik en ik durven het wel aan om de wandeling op dit drooggevallen meer te maken naar de bijzondere zoutranden. Op de heenweg beneemt de hete wind je de adem. Het waait behoorlijk en ik moet mijn hoed vasthouden. Zoals wij een gevoelstemperatuur kennen met wind en kou zo zal hier ongetwijfeld een hogere gevoelstemperatuur zijn dan 48C. We hebben het maar mooi beleefd terwijl de jongens in de ‘schaduw’ van het toiletgebouw op ons wachten waar het overigens ook 48C is.
We komen weer bij met de airco (op 21C) in de auto terwijl we de Artist’s Drive rijden langs de prachtige kleuren van Artist’s Palette. Het is inmiddels 19uur geweest en het is zeer rustig. We stoppen regelmatig voor een foto en tenslotte rijden we er in ons uppie. 
 
Als we bij Artist’s Palette weer weg willen rijden, houdt de auto er mee op. Ik denk nog ‘geintje’ van Erik maar zie aan hem dat het menens is – ojee. Gelukkig is het opgelost door de stand van Drive naar Parking te zetten bij het herstarten – oef. Het zal je gebeuren zeg… ik denk niet dat de rangers hier aan het eind van de dag een pistecontrole houden.
Om nog op tijd de zonsondergang bij Zabriskie Point mee te maken, racet Erik de laatst km. Helaas geen tumbleweed over de vlaktes zien rollen (Wouters wens). Hier is dat maar goed ook want deze struiken zijn de natuurlijke vijand van flora en fauna van het gebied. Wel bijzonder om daar nog als enige te rijden. Het was overigens nergens druk. We zijn mooi op tijd bij het uitzichtspunt en blijven er tot de zon onder is. Het brengt ons niet het OOOO en AAAA gevoel dat we hadden verwacht (al zijn de foto's wel mooi) dus Erik besluit de volgende ochtend terug te gaan omdat hij denkt dat het met zonsopkomst veel mooier licht geeft.
 

Het is nog een klein stukje naar ons hotel Long Street Inn & Casino in Amargosa Valley – Nevada. We zien de neonverlichting al in de verte knipperen en eenmaal binnen staan we in een totaal andere omgeving dan die in Californië. Midden in de ‘feestruimte’ met bar, spiegels, danszaal, karaoke en klein casino. Heel sfeervol en leuk om voor Vegas al deze sfeer te proeven. Erik en ik eindigen de dag met ieder een Corona (en die slaat al in) en samen $13 dollar verlies maar daar hebben we dan toch een leuke avond voor gehad. Om 23uur houden we het voor gezien. Het was weer een mooie enerverende dag.

Geen opmerkingen: